Westerschelde natuur in gevaar door intensief baggerwerk

Het jarenlange baggeren van de Westerschelde heeft dramatische gevolgen voor het unieke natuurgebied. Onderzoek van het NIOZ toont aan dat het ecologische evenwicht ernstig verstoord is, met verlies van waardevolle vogelhabitats tot gevolg.

Cruciaal evenwicht verstoord

De Westerschelde kenmerkt zich van nature door een afwisselend landschap van slikken en schorren. Slikken zijn gebieden die bij eb droogvallen en rijk zijn aan bodemdiertjes zoals wormen en krabben. Schorren ontstaan wanneer opgehoopt slib boven de waterlijn uitsteekt en alleen bij springtij onderlopen. Deze wisselwerking is essentieel voor trekvogels en zeehonden.

Door intensief baggerwerk voor de bereikbaarheid van Antwerpen is dit natuurlijke systeem onder druk komen te staan. Waar in 1950 nog een half miljoen kuub werd gebaggerd, is dit gestegen naar 7 tot 10 miljoen kuub jaarlijks.

Dramatisch natuurverlies

Het NIOZ analyseerde zeventig jaar aan data en constateerde dat sinds 1996 ongeveer 500 hectare slik is verdwenen. Het baggerslib wordt elders teruggestort, waardoor slikken ophogen en uitgroeien tot schorren. Dit leidt tot een eentoniger landschap met minder biodiversiteit.

Lees ookNederlandse grenscontroles weigeren 530 mensen in eerste jaar

"We zien een structurele omslag die leidt tot een groot verlies aan natuurwaarde", aldus NIOZ-onderzoeker Tim Grandjean. Het voedselgebied voor vogels krimpt en het gebied wordt kwetsbaarder voor zeespiegelstijging.

Slimmer omgaan met sediment

De onderzoekers pleiten voor een andere aanpak. In plaats van het slib af te voeren, moet het strategisch worden ingezet om het gebied toekomstbestendig te maken. "De Westerschelde staat op een kantelpunt", waarschuwt Grandjean. "Laten we het sediment inzetten voor een robuuste Westerschelde voor toekomstige generaties."

Deel dit artikel

Lees ook