Een van de zes verdachten van een mislukte moordaanslag op een Iraanse activist en publicist in Haarlem, heeft bekend dat hij naar Nederland is gekomen om een moord in opdracht te plegen.
Het strafproces tegen vijf mannen en een vrouw ging vandaag van start in de extra beveiligde rechtszaal op Schiphol.
De zes worden verdacht van betrokkenheid bij de moordpoging in 2024 op de in Haarlem wonende Iraanse activist Siamak Tahmasbi.
De in Tunesië geboren Mehrez A. antwoordde vandaag "ja" op de vraag van de rechter of hij de bedoeling had om iemand te vermoorden. De twee andere aanwezige verdachten beriepen zich op hun zwijgrecht.
A. verklaarde tegenover de rechter dat hij Tahmasbi niet kende: "Ik wist niet eens hoe hij heette. Voor mij was het een kwestie van geld; ik had geld nodig om uit Europa weg te kunnen komen, ik werd gezocht door Europol en Interpol."
Alarm
Tahmasbi sloeg op 6 juni 2024 alarm toen hij 's nachts twee mannen rond zijn woning zag lopen. De politie was snel ter plaatse en hield twee verdachten aan. "Een van hen wordt ook verdacht van de mislukte liquidatiepoging op de Spaanse politicus en Iran-criticus Alejo Vidal-Quadras", schrijft de AIVD.
De AIVD vermoedt dat Iran opdracht heeft gegeven voor de moordpoging. Tahmasbi liet zich met regelmaat online kritisch uit over het Iraanse regime.
Voorhamer en vuurwapens
Het Openbaar Ministerie ziet de zes verdachten als "internationale criminelen die voor geld bereid waren het slachtoffer te doden". Vandaag werd de zaak van vier verdachten inhoudelijk besproken.
Een 42-jarige man (Edwin V.C.) uit Colombia wordt samen met de 29-jarige Sami Bekal Bounouare verdacht van het voorbereiden van de moordaanslag.
Een 29-jarige Colombiaan (Gabriël O.S.), Bekal Bounouare en A. worden verdacht van het uitvoeren van de mislukte moordpoging op Tahmasbi. Ze zouden die nacht met een voorhamer en vuurwapens naar zijn huis zijn gegaan.
Strafeisen
De zaak van Bekal Bounouare wordt bij verstek behandeld omdat hij voortvluchtig is. De zaken van de overige twee verdachten, een 23-jarige man en een 29-jarige vrouw, worden volgende week inhoudelijk besproken.
Volgende week komt het Openbaar Ministerie met de strafeisen en op 21 december doet de rechter uitspraak.