Minister Van Weel heeft na stevige druk van de oppositie erkend dat hij de Tweede Kamer op het verkeerde been heeft gezet rondom de onbehandelde aangiften van burgers bij de politie. Rond middernacht gaf de minister van Justitie en Veiligheid toe dat hij onvolledig was geweest naar de Tweede Kamer. "Het is klip en klaar dat u zich misleid heeft gevoeld en dat is nooit mijn bedoeling geweest."
Eerder op de avond had de VVD-minister al spijt betuigd dat hij niet meer had gedaan om zijn meningsverschil op te lossen met de Algemene Rekenkamer over het soort aangiften dat bij de politie op de plank blijft liggen. En hij had ook niet de indruk willen wekken dat hij het hele alarmerend rapport van de Rekenkamer bagatelliseerde.
Star
Oppositiepartijen als Pro, SP, JA21, 50Plus, SGP, BBB en het Kamerlid Keijzer waren ontevreden over deze eerste spijtbetuiging van Van Weel. Het was te mager, was de strekking, omdat Van Weel alleen maar spijt had van de ophef en het beeld dat er was ontstaan. "De minister heeft meerdere kansen gehad om te zeggen dat hij de Kamer op het verkeerde been heeft gezet, maar daar heeft hij geen gebruik van gemaakt", concludeerde BBB-Kamerlid Van der Plas. "Ik vind de minster vrij star", zei Pro-Kamerlid Mutluer. "Ik wil dat hij goed begrijpt dat het niet oké is."
Sommige partijen lieten doorschermeren een motie van wantrouwen te steunen. Zo'n motie geldt in de politiek als een zwaar middel. Die boodschap bleek aan te komen en Van Weel zei uiteindelijk dat de boodschap ook bij hem "binnenkwam".
Vanaf het begin van het debat kreeg Van Weel al stevige kritiek van veel oppositiepartijen over zijn uitspraken over onbehandelde aangiften van burgers bij de politie. Er was al maanden een meningsverschil tussen de Algemene Rekenkamer en de minister over het soort aangiften dat bij de politie op de plank blijft liggen.
In juni concludeerde het onafhankelijk instituut dat de overheidsuitgaven controleert dat in 2024 met ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niets is gebeurd, zoals geweldsmisdrijven. In een eerste reactie zei Van Weel dat er een "vertekend beeld" werd gegeven en dat de politie vooral meldingen laat liggen waar geen aanknopingspunten in zaten.
Uitkomst
Het onderwerp speelde deze week weer op, omdat de president van de Algemene Rekenkamer, Pieter Duisenberg, in een heel ongebruikelijk radio-interview zei dat Van Weel de Kamer op het verkeerde been had gezet. "Met halve feiten wordt een uitkomst gebagatelliseerd", aldus Duisenberg.
Veel oppositiepartijen wilden zeker weten dat de Tweede Kamer niet verkeerd is geïnformeerd. Dat is een politieke doodzonde en vaak een reden om een bewindspersoon weg te sturen.
Lees hier meer over de kritiek van veel oppositiepartijen:
Na de eerste spijtbetuiging bleven partijen, zoals Pro, SP en BBB, hameren op Van Weel's erkenning dat hij de Kamer had misleid. Hij zei vooral dat er sprake was van een andere rekenmethodiek en dat hij "nuance" had willen aanbrengen bij het rapport van de Rekenkamer. Op de vraag van Pro, en later van de SP en BBB, zei de VVD-minister: "Nee, ik heb de Kamer niet misleid". Hij bleef dat herhalen en dat zorgde voor irritatie. "Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat u een verkeerd beeld heeft neergezet?", wilde Mutluer weten.
Na de tweede excuses waren de meeste oppositiepartijen tevreden en werd een PVV-motie van wantrouwen alleen nog door Forum voor Democratie gesteund. "Het was een spannend debat", zei Van Weel na afloop.
Anders dan bij een meerderheidskabinet kan de oppositie nu wel een bewindspersoon naar huis sturen. De oppositie heeft een meerderheid in de Tweede Kamer.