Minister Van Weel heeft na stevige druk van de oppositie erkend dat hij de Tweede Kamer op het verkeerde been heeft gezet in de kwestie over onbehandelde aangiften van burgers bij de politie. Rond middernacht gaf de minister van Justitie en Veiligheid toe dat hij onvolledig was geweest naar de Tweede Kamer. "Het is klip en klaar dat u zich misleid heeft gevoeld en dat is nooit mijn bedoeling geweest."
Zo maakte Van Weel excuses in de Kamer:
In het debat had de VVD-minister al spijt betuigd dat hij niet meer had gedaan om zijn meningsverschil op te lossen met de Algemene Rekenkamer over het soort aangiften dat niet is behandeld. De Rekenkamer had het over 10.000 aangiften; volgens Van Weel lag dat genuanceerder en ging het voor een deel om meldingen. Hij had niet de indruk willen wekken dat hij het rapport van de Rekenkamer bagatelliseerde, zei Van Weel in het debat.
Oppositiepartijen als Pro, SP, JA21, 50Plus, SGP, BBB en het Kamerlid Keijzer waren ontevreden over deze eerste spijtbetuiging. Het was te mager, was de strekking, omdat Van Weel alleen maar spijt had van de ophef en het beeld dat er was ontstaan.
"De minister heeft meerdere kansen gehad om te zeggen dat hij de Kamer op het verkeerde been heeft gezet, maar daar heeft hij geen gebruik van gemaakt", concludeerde BBB-Kamerlid Van der Plas. "Ik vind de minister vrij star", zei Pro-Kamerlid Mutluer. "Ik wil dat hij goed begrijpt dat het niet oké is."
Sommige partijen lieten doorschemeren een motie van wantrouwen te steunen. Zo'n motie geldt in de politiek als een zwaar middel. En omdat de coalitie geen meerderheid heeft, zou de oppositie een minister kunnen wegsturen. De boodschap bleek aan te komen en Van Weel zei uiteindelijk dat die ook bij hem "binnenkwam".
Meteen stevige kritiek
Vanaf de start van het debat kreeg Van Weel al stevige kritiek van veel oppositiepartijen over zijn uitspraken over onbehandelde aangiften van burgers bij de politie. Er was al maanden een meningsverschil tussen de Algemene Rekenkamer en de minister over het soort aangiften dat bij de politie op de plank blijft liggen.
In juni concludeerde het onafhankelijk instituut dat de overheidsuitgaven controleert dat in 2024 met ongeveer 10.000 aangiften van ernstige misdrijven niets is gebeurd, zoals geweldsmisdrijven. In een eerste reactie zei Van Weel dat er een "vertekend beeld" werd gegeven en dat de politie vooral meldingen laat liggen waar geen aanknopingspunten in zaten.
Uitkomst
Het onderwerp speelde deze week weer op, omdat de president van de Algemene Rekenkamer, Pieter Duisenberg, in een heel ongebruikelijk radio-interview zei dat Van Weel de Kamer op het verkeerde been had gezet. "Met halve feiten wordt een uitkomst gebagatelliseerd", aldus Duisenberg.
Veel oppositiepartijen wilden zeker weten dat de Tweede Kamer niet verkeerd is geïnformeerd. Dat is een politieke doodzonde en vaak een reden om een bewindspersoon weg te sturen.
Lees hier meer over de kritiek van veel oppositiepartijen:
Na de eerste spijtbetuiging bleven partijen, zoals Pro, SP en BBB, hameren op Van Weels erkenning dat hij de Kamer had misleid. Hij zei vooral dat er sprake was van een andere rekenmethodiek en dat hij "nuance" had willen aanbrengen bij het rapport van de Rekenkamer. Op een vraag van Pro, en later van de SP en BBB, zei de VVD-minister: "Nee, ik heb de Kamer niet misleid". Hij bleef dat herhalen en dat zorgde voor irritatie. "Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat u een verkeerd beeld heeft neergezet?", wilde Mutluer weten.
Na de tweede excuses waren de meeste oppositiepartijen tevreden en werd een PVV-motie van wantrouwen alleen nog gesteund door Forum voor Democratie gesteund. Na afloop zei Van Weel dat het "een spannend debat" was geweest.