Geen eenduidig beleid bij winterweer
Met code oranje en centimeters sneeuw op de Nederlandse wegen ontstaat er verwarring in het onderwijs. Terwijl Rijkswaterstaat mensen oproept thuis te werken, blijft een duidelijk advies aan scholen uit. Het gevolg: een lappendeken van beslissingen waarbij sommige instellingen de deuren sluiten en andere gewoon openblijven.
Uit onderzoek van Stichting Ouders en Onderwijs onder bijna 500 ouders blijkt dat één op de drie scholen vandaag gesloten blijft. "Daar kregen leerlingen bijvoorbeeld ijsvrij," vertelt directeur Lobke Vlaming. Andere scholen kozen voor een tussenvorm: later beginnen, online lessen of ouders de keuze laten.
Studenten moeten ondanks sneeuw naar tentamens
Vooral in het hoger onderwijs zorgt de situatie voor frustratie. Sarah Evink van het Interstedelijk Studenten Overleg noemt het "bizar" dat studenten ondanks het thuiswerkadvies naar colleges en tentamens moeten. De Universiteit van Tilburg laat alle hertentamens gewoon doorgaan, met het advies aan studenten om "goed voorbereid en op tijd te vertrekken".
Andere instellingen zoals de Universiteit Utrecht en Hogeschool Zeeland kozen wel voor online onderwijs. Deze verdeeldheid illustreert het gebrek aan landelijke regie bij winterse weersomstandigheden.
Ouders verdeeld over aanpak
De meningen van ouders lopen sterk uiteen. Sommigen vinden het winterweer te gevaarlijk, anderen willen hun kinderen "niet als watjes opvoeden". In Alkmaar bracht moeder Kyra Eertink haar vierjarige zoon met de slee naar school: "Het zag er heel gezellig uit, leuk om al die vrolijke koppies te zien."
Op een Rotterdamse basisschool miste naar schatting een kwart van de leerlingen door ouders die het transport te risicant vonden.
Geen bindend overheidsadvies
Anders dan tijdens de coronaperiode geeft de overheid geen bindend advies aan scholen. Officieel mogen scholen niet zomaar ijsvrij geven vanwege mogelijke opvangproblemen. Brancheorganisaties zoals de PO-raad en VO-raad laten de beslissing echter bij de instellingen zelf.
Deze situatie roept vragen op over de noodzaak van landelijke richtlijnen bij extreme weersomstandigheden, zodat scholen niet alleen hoeven te beslissen over de veiligheid van hun leerlingen.
