De vijf grootste pensioenfondsen van Nederland kunnen dit jaar hun uitkeringen verhogen dankzij een verbeterde financiële positie. Gepensioneerden gaan er flink op vooruit, met verhogingen variërend van 2,8 tot maar liefst 12 procent.
Stijgende rente zorgt voor ruimte
De verhogingen zijn mogelijk doordat alle vijf fondsen een dekkingsgraad van boven de 100 procent hebben behaald. Dit betekent dat ze voldoende vermogen hebben om alle huidige en toekomstige pensioenverplichtingen na te komen. De stijgende rente van de afgelopen periode heeft bijgedragen aan deze verbeterde positie.
ABP en PFZW leiden de weg
Ambtenarenfonds ABP, Nederlands grootste pensioenfonds, verhoogt de uitkeringen met 2,8 procent. Het pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW) spant de kroon met een verhoging van ongeveer 12 procent. Dit fonds heeft bijna 3 miljoen deelnemers en is dit jaar overgestapt naar het vernieuwde pensioenstelsel.
Nieuwe pensioenregeling in de praktijk
PFZW is een van de eerste fondsen die het nieuwe pensioenstelsel heeft ingevoerd. Hierbij krijgt elke deelnemer een eigen pensioenpotje in plaats van deelname aan één grote collectieve pot. De beleggingsresultaten hebben direct invloed op de omvang van het individuele potje.
"We snappen dat het voor onze deelnemers spannend is", erkent bestuursvoorzitter Joanne Kellerman van PFZW. "Ze moeten mee uit het vertrouwde stelsel naar een nieuw pensioenstelstel dat zich nog moet bewijzen."
Onzekere tijden
Ondanks de positieve verhogingen blijft de markt volatiel. De invoerheffingen van president Trump zorgen voor beweging op de beurs. Voorzitter Alae Laghrich van metaalfonds PME benadrukt het belang van stabiliteit: "In deze tijden is houvast belangrijker dan ooit." PME verhoogt de pensioenen eveneens met 2,8 procent.
De verhogingen bieden welkome financiële ademruimte voor gepensioneerden, hoewel de fondsen voorzichtig blijven over de toekomstige ontwikkelingen in deze onzekere economische tijden.
