Een deel van de kritiek op de Prinsjesdagplannen gaat erover dat werkenden meer belasting gaan betalen. En dat terwijl allerlei adviesorganen en economen al langer zeggen dat belastingen evenwichtiger verdeeld kunnen worden. Werk moet meer lonen, zeggen ook politici van links tot rechts.
Maar van de lastenverzwaring van 6 miljard volgend jaar is bijna alles, 5,8 miljard, een verzwaring van de lasten op arbeid, constateerde de Raad van State gisteren.
Ervan uitgaande dat je belastinginkomsten op peil wil houden, hoe zou je dan de lasten op arbeid kunnen verlagen en werk meer laten lonen? Dat vroegen we twee economen.
Arbeid of vermogen
"Er is toch wel overeenstemming tussen economen dat er nu te veel belasting op inkomen uit arbeid wordt geheven ten opzichte van inkomen uit vermogen", zegt Bas Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
"Als je vermogen meer belast, kun je het tarief op arbeid verlagen", vindt ook Aart Gerritsen, universitair hoofddocent aan de Erasmus School of Economics.
Beiden vinden dat je dan niet zozeer het huidige tarief van box 3 moet verhogen. Dat is nu 36 procent op vermogensinkomsten en dat is internationaal gezien al behoorlijk hoog.
Eigen woning en pensioen
Maar er is in Nederland veel vermogen dat niet belast, maar juist gesubsidieerd wordt. Namelijk de twee belangrijkste vermogensbronnen voor veel huishoudens: de eigen woning en het opgebouwde pensioen.
Over de eigen woning betalen mensen wel wat belasting, via het eigenwoningforfait, maar daar staat veel meer hypotheekrenteaftrek tegenover. Netto ontvangen mensen dus subsidie over hun woning. En het totale pensioenvermogen van alle pensioenfondsen bij elkaar bedraagt meer dan 2000 miljard euro. Over de vermogensinkomsten betalen pensioenfondsen geen belasting.
"En daarop legt de overheid ook geld bij", zegt Gerritsen. Want op het moment dat je inkomen uit werk in een pensioenfonds stopt betaal je daar ook geen belasting over. En als je pensioen wordt uitgekeerd is de inkomstenbelasting die je dan betaalt een stuk lager dan de inkomstenbelasting van werkenden.
Tientallen miljarden
"Voer je een gematigd belastingtarief in op de inkomsten uit deze vermogens, dan levert dat al snel tientallen miljarden op. Deze opbrengst kun je dan gebruiken om de belasting op arbeid te verlagen", zegt Bas Jacobs. "Zo wordt de belastingdruk beter verdeeld over arbeid en kapitaal."
Volgens hem zouden de belastingtarieven in de inkomstenbelasting met zo'n 10 procentpunten omlaag kunnen als huizen en pensioenen net zo worden belast als spaargeld en beleggingen. De tarieven van de eerste twee belastingschijven zijn nu rond de 37 procent. Het tarief voor schijf 3, voor inkomen boven de 78.000 euro, is ruim 49 procent.
Volgens Jacobs is een betere verdeling van de belastingen over arbeid en kapitaal beter voor de economie. "Mensen krijgen dan meer prikkels om meer en langer te werken, carrière te maken en te ondernemen. En de economie wordt minder gevoelig voor financiële schokken." De winst daarvan is volgens hem groter dan het nadeel van een wat hogere gemiddelde belastingdruk op vermogensinkomsten.
Toeslagen
Aart Gerritsen van de Erasmus Universiteit Rotterdam wijst op nog een andere manier om werken meer te laten lonen. Dan gaat het vooral om toeslagen en belastingkortingen. "Je ziet dat veel middeninkomens ook nog profiteren van toeslagen en heffingskortingen. Die worden rond de middeninkomens afgebouwd. En daardoor zie je dat als middeninkomens 100 euro meer verdienen, ze een groot deel kwijt zijn aan meer belasting en minder toeslagen en kortingen."
Dat maakt het volgens hem onnodig onaantrekkelijk voor middeninkomens om meer te werken. Hij pleit er daarom voor dat zulke toeslagen en kortingen meer toegespitst worden op de laagste inkomens. Want de grootste groep werkenden zijn toch de middeninkomens en die hebben dan meer prikkels om meer te werken.
Belangen
Economen hebben dus wel voorstellen om werken meer te laten lonen. Toch gebeurt dat niet, hoe komt dat dan? "Vermogenden, huizenbezitters, gepensioneerden, die weten hun belangen heel goed te behartigen", zegt Bas Jacobs. "Als je die tegen de haren instrijkt dan heb je een groot electoraal probleem."
"Mensen horen vooral: mijn eigen huis moet dan zwaarder belast worden", zegt Gerritsen. "Maar ze beseffen niet dat ze dan ergens anders minder belasting hoeven te betalen. Dat is een boodschap die voor de politiek moeilijk te vertellen is."
Toch ziet hij wel langzame verschuivingen. Het CDA was bijvoorbeeld lang tegen een stapsgewijze afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Maar bij de afgelopen verkiezingen waren ze ervoor.