Israëlische leger blijft Gaza verwoesten, veel vermiste lichamen zullen nooit gevonden worden

"De graven zijn af, maar nu nog leeg", vertelt de 60-jarige Mohammed, die hoop houdt dat hij op een dag zijn familieleden van onder het puin vandaan kan halen. Bij een Israëlisch bombardement verloor hij zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen en andere familieleden. Een deel van hen heeft hij jaren geleden al kunnen begraven, anderen zijn onvindbaar.

Nog altijd zijn vele duizenden Palestijnen vermist. Ruim drie jaar geleden begon Israël na de aanslagen van Hamas aan een verwoestende oorlog in Gaza en bombardeerde zo hevig dat tienduizenden mensen onder het puin terechtkwamen. Naar schatting zijn meer dan tienduizend mensen vermist, een groot deel van hen ligt onder gebombardeerde gebouwen.

Dagelijks proberen nabestaanden en reddingswerkers met de weinige middelen die ze hebben stoffelijke resten uit het puin te halen, om ze daarna te kunnen begraven. De slachtoffers kunnen soms nog herkend worden aan persoonlijke spullen zoals sieraden, kleding of een ID-kaart. Zij worden tijdens grote begrafenissen begraven, vaak met tientallen tegelijkertijd. Die zijn er wekelijks in Gaza.

Sporen uitgewist

Maar veel lichamen zullen nooit teruggevonden worden, omdat ze in gebied liggen waar Palestijnen en hulpverleners niet mogen komen. Israëlische militairen bezetten zeker 65 procent van het grondgebied in Gaza. De regering van premier Netanyahu verlegt die grens steeds verder, waardoor de bijna twee miljoen Palestijnen op een kluitje aan de kust moeten overleven in tentenkampen en verwoeste gebouwen.

Palestijnen die de grensmarkeringen oversteken, of volgens het leger te dicht in de buurt komen, worden neergeschoten. Op satellietbeelden is te zien dat het leger achter de zogeheten 'gele lijn' bezig is om gebouwen te vernietigen en puin op te ruimen en te verplaatsen, terwijl in die gebouwen mogelijk nog veel lichamen liggen. Het puin maakt plaats voor schoongeveegde vlaktes en militaire wegen en bases.

Dat blijkt onder meer uit de analyse van het Britse onderzoekscollectief Forensic Architecture, dat hun onderzoek 'de cartografie van genocide' noemt. Zij brengen aan de hand van gedetailleerde kaarten de vernietiging van huizen, landbouwgrond, ziekenhuizen, markten en andere infrastructuur in kaart. Alles wat nodig is voor Palestijnen om als volk te kunnen overleven.

Daarmee worden ook de sporen van mogelijke oorlogsmisdaden uitgewist, waarschuwde de VN vorige maand. De VN roept Israël al langer op om onderzoekers het gebied in te laten. En het Internationaal Gerechtshof heeft dit geëist in de lopende genocidezaak. Maar de grens blijft dicht. Toch kunnen onderzoekers ook op afstand bewijs verzamelen van verwoesting en aanvallen op burgers door gebruik te maken van onder meer satellietbeelden, video's en getuigenverklaringen.

Ook na het staakt-het-vuren van vorig jaar, dat veelvuldig geschonden wordt, blijft het leger infrastructuur verwoesten. Volgens de Israëlische regering is dat nodig voor de eigen veiligheid. Deskundigen wijzen erop dat de regering aanstuurt op het onleefbaar maken van het gebied en de verdrijving van Palestijnen.

Lees ookZeker dertig doden bij Russische aanvallen op stad bij frontlinie

Verlies een plek geven

Waar precies de lichamen nog onder het puin liggen is niet bekend. Alleen overgebleven familieleden kunnen de locaties aanwijzen. Bovendien is het lastig om de resten van onder de gebouwen vandaan te halen. Israël weigert om zwaar materiaal, zoals graafmachines, naar binnen te laten. Veel lichamen zijn inmiddels grotendeels vergaan.

Als puin eenmaal opgeruimd is, kan daarmee bewijs verloren zijn gegaan dat nooit meer teruggevonden kan worden, stelt Jessica Dorsey, die aan de Universiteit Utrecht juridisch onderzoek doet naar moderne oorlogsvoering. "Denk dan aan inslagsporen, fragmenten van munitie en de precieze fysieke context van een aanval. Een zaak wordt daarmee niet onmogelijk, ander bewijs kan veel reconstrueren."

Nog los van het onderzoek naar oorlogsmisdaden, is het voor nabestaanden van groot belang dat ze hun doden terugvinden en identificeren, om te kunnen rouwen en het een plek te geven. "De erkenning voor de doden is heel belangrijk in oorlogssituaties", zegt Dorsey. "Het verdwijnen van de fysieke sporen kan die mogelijkheid voor families voorgoed wegnemen."

Mohammed zal net als velen anderen in Gaza een deel van zijn familie mogelijk nooit kunnen begraven. Reddingswerkers hebben hem verteld dat ze er alles aan hebben gedaan om de lichamen van zijn familieleden te vinden, maar dat het ze niet lukt. "Ik had zo graag gewild dat ze een graf hadden", zegt Mohammed. "Dan kon ik ze tijdens feestdagen bezoeken."

Deel dit artikel

Lees ook