De Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) heeft tussen 1959 en 1962 systematisch Surinamers in Nederland gevolgd die zich uitspraken tegen racisme en kolonialisme. Dit blijkt uit archiefstukken die vandaag op Openbaarheidsdag zijn vrijgegeven door het Nationaal Archief in Den Haag.
Prominente Surinamers onder surveillance
Onder de gevolgde personen bevonden zich bekende figuren uit de Surinaamse gemeenschap. Eddy Bruma, oprichter van vereniging Wie Eegie Sanie en later minister van Economische Zaken, stond in het dossier "Surinaams extremisme in Nederland". Ook de onlangs overleden oud-president Ronald Venetiaan werd door de BVD in de gaten gehouden vanwege zijn betrokkenheid bij een Surinaamse studentenvereniging in Leiden.
Bijzondere aandacht ging uit naar Hugo Olijfvelt, oprichter van het Surinaams-Amsterdamse blad Sranang Krioro. De inlichtingendienst beschouwde zijn publicatie als een bron van "fel anti-westerse artikelen". Ook Otto Huiswoud, voorzitter van de oudste nog bestaande Surinaamse vereniging in Nederland, werd nauwlettend gevolgd.
Infiltratie van besloten bijeenkomsten
De BVD verzamelde informatie door gebruik te maken van bronnen binnen de Surinaamse gemeenschap. Gesprekken op besloten bijeenkomsten van verschillende Surinaamse organisaties werden gedocumenteerd en gedeeld met de inlichtingendienst. Het volledige dossier werd op 10 oktober 1975, ruim een maand voor de Surinaamse onafhankelijkheid, overgedragen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Onderhandelingen over onafhankelijkheid vastgelegd
De vrijgegeven documenten bevatten ook verslagen van de cruciale onderhandelingsgesprekken in 1975 tussen Nederland en Suriname. Premier Den Uyl en minister Pronk voerden gesprekken met de Surinaamse premier Arron en andere ministers in zowel het Catshuis als Paramaribo. Deze documenten tonen de spanningen rond de financieel-economische relaties na de onafhankelijkheid.
Rechtszaak om koloniale uitbuiting
Opmerkelijk is dat inheemse Surinamers in juli 1975 nog een rechtszaak aanspanden tegen Den Uyl en koningin Juliana wegens koloniale uitbuiting. Hoewel de eisers een schadevergoeding eisten, werden zij uiteindelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Deze onthullingen werpen een nieuw licht op de Nederlandse surveillance-praktijken in de aanloop naar de Surinaamse onafhankelijkheid en tonen hoe kritische stemmen binnen de Surinaamse gemeenschap systematisch werden gemonitord.
