De wachttijden voor asielzoekers in Nederland bereiken historische hoogtes, terwijl het aantal nieuwe aanvragen juist daalt. Volgens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wachten asielzoekers gemiddeld meer dan twee jaar op een definitieve beslissing, ondanks een afname van het totaal aantal asielaanvragen voor het tweede jaar op rij.
Recordwachttijden bij dalende instroom
In 2024 dienden ongeveer 24.000 mensen voor het eerst een asielverzoek in, aanzienlijk minder dan in voorgaande jaren. Toch vertaalt deze daling zich niet in snellere procedures. Asielzoekers moeten momenteel zeventien weken wachten op hun eerste gesprek met de IND, gevolgd door nog eens negentig weken voor het tweede gesprek. De wettelijke termijn van zes maanden wordt hiermee ruimschoots overschreden.
De praktijk is nog schrijnender: aanvragen die nu worden behandeld, stammen van vóór september 2023. Dit betekent dat tienduizenden mensen die sindsdien hun aanvraag hebben ingediend, nog langer moeten wachten op duidelijkheid over hun status.
Complexere beoordelingen vragen meer tijd
De IND verklaart de toegenomen wachttijden door de "veranderende wereldsituatie". Een belangrijk voorbeeld is de gewijzigde benadering van Syrische asielzoekers. Waar zij voorheen vrijwel automatisch bescherming kregen, vereist hun situatie nu een uitgebreidere beoordeling.
Deze complexere procedures leiden tot minder afgesloten dossiers: ongeveer 1.500 per maand tegenover de beoogde 3.300. Bovendien worden tegenwoordig meer aanvragen afgewezen - slechts een derde wordt ingewilligd tegenover meer dan de helft een jaar eerder. Afwijzingen kosten extra tijd omdat deze uitvoerig gemotiveerd moeten worden.
Nieuwe wetgeving dreigt situatie te verslechteren
De Eerste Kamer behandelt binnenkort de controversiële asielwetten van voormalig minister Faber. Deze wetgeving stuitte op brede kritiek, niet alleen van maatschappelijke organisaties zoals Vluchtelingenwerk en de Nationale ombudsman, maar ook van de IND zelf.
De dienst waarschuwt dat de nieuwe regels juist meer werk zullen opleveren. Zo moeten strengere criteria voor nareizigers worden getoetst en wordt de geldigheidsduur van verblijfsvergunningen verkort van vijf naar drie jaar, wat frequentere herbeoordelingen vereist.
Vooruitzichten blijven somber
Het ministerie van Asiel en Migratie erkent in eigen ramingen dat het aantal benodigde opvangplekken voorlopig zal blijven stijgen. Ondanks inspanningen om nieuw personeel aan te nemen, duurt het lang voordat nieuwe medewerkers volledig ingewerkt zijn voor de complexe asielprocedures.
De paradox blijft bestaan: minder nieuwe asielzoekers, maar langere wachttijden voor iedereen die al in de procedure zit.
