WNF: populaties wilde dieren krompen sinds 1970 flink, 'maar natuurherstel mogelijk'

Populaties van vogels, zoogdieren, reptielen en andere gewervelde dieren zijn sinds 1970 gemiddeld met bijna driekwart afgenomen, bevestigt een tweejaarlijks rapport van het Wereld Natuur Fonds. Wel zijn er grote verschillen: de helft van de onderzochte populaties is stabiel of neemt toe. De andere helft neemt af, soms sterk.

Een populatie is een groep dieren van dezelfde soort die dicht bij elkaar leeft. Denk aan een groep savanneolifanten in Zambia of een club otters in de Weerribben in Overijssel. De meeste diersoorten bestaan uit meerdere populaties die onderling beperkt contact hebben. Een populatie kan uit een handjevol dieren bestaan, maar ook uit duizenden individuen.

"De belangrijkste boodschap van dit rapport is dat natuurherstel binnen handbereik is", zegt Robert Zwiers, hoofd impact van het Wereld Natuur Fonds. "Wereldwijd staan wilde dieren ernstig onder druk, maar we zien ook dat wilde dieren wereldwijd een comeback maken."

Otters en haaien

Voorbeelden van succesverhalen zijn de tijger, de groene zeeschildpad, de blauwvintonijn en de otter in Nederland, zegt Zwiers. "In Nederland waren otters uitgestorven. Door schoner water, het verbinden van leefgebieden en het herintroduceren van otters, doen ze het hier nu weer goed. De blauwvintonijn is nu niet meer bedreigd door quota voor de vangst ervan."

Haaien en roggen gaan juist sterk achteruit, zegt Zwiers. "Veel soorten groeien langzaam en krijgen weinig jongen, waardoor ze kwetsbaar zijn. Ze worden gevangen en eindigen ook geregeld als bijvangst in visnetten. Bestaande afspraken volstaan niet om deze soorten te beschermen."

5790 soorten

Het Wereld Natuur Fonds baseert zijn conclusies op gegevens van 5790 verschillende soorten zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen. Het keek daarvoor naar 35.803 populaties over de hele wereld. Soorten zoals insecten, kwallen en krabben zijn dus niet in het onderzoek meegenomen.

Lees ookEuropese Rekenkamer waarschuwt voor snel stijgende EU schuldenlast

Voor iedere populatie bepaalden de onderzoekers de trend sinds 1970: nam de populatie toe, kromp die, of bleef hij stabiel? De helft van de populaties kromp, 7 procent van de populaties bleef stabiel en de overgebleven 43 procent van de populaties groeide juist. Toch slaat het gemiddelde negatief uit met een krimp van 73 procent. Dat komt volgens Zwiers doordat de afkalvende populaties harder krimpen dan de groeiende populaties groeien.

Herhaling van onderzoek

Verrassend zijn de cijfers niet. De vorige editie van het Living Planet Report uit 2024 stelde ook vast dat de gemiddelde omvang van gemonitorde populaties wilde dieren sinds 1970 wereldwijd met 73 procent daalde. "Je kunt die cijfers niet één op één vergelijken omdat we nu meer data hebben gebruikt, maar dit onderzoek bevestigt het eerdere beeld", zegt Zwiers.

Om populaties die in het nauw zitten te herstellen, is het volgens hem onder meer nodig om ons voedsel duurzamer te produceren, de energietransitie te versnellen en in de financiële sector investeringen af te bouwen die de natuur schaden.

Deel dit artikel

Lees ook