In Frankrijk zijn gisteren verspreid over het land 164 mensen opgepakt bij protesten op middelbare scholen. Daarbij raakten zeker 27 mensen gewond, onder wie twaalf medewerkers van de Franse veiligheidsdiensten, twaalf scholieren en drie schoolmedewerkers.
De protestbeweging begon vorige week in de regio Parijs, toen scholieren de ingangen van hun middelbare scholen blokkeerden. Ze demonstreerden tegen aanhoudende problemen in het onderwijs zoals overvolle klassen, een lerarentekort en een hoge werkdruk.
Zoutzuur
De scholierenprotesten verspreidden zich naar andere delen van het land. Op zo'n 180 scholen werd gisteren actie gevoerd, waaronder 28 in de regio rond Parijs. Ook in de zuidelijke departementen Var en Alpes-Maritimes, in Marseille en rond de noordelijke gemeentes Lille en Sedan gingen scholieren de straat op.
Volgens de Franse minister Nuñez van Binnenlandse Zaken raakte een scholier gewond aan haar handen en gezicht nadat er zoutzuur naar haar was gegooid. Daarnaast werd tijdens de protesten vuurwerk naar de politie gegooid en was er sprake van vandalisme. Het is nog onduidelijk hoe groot de schade is.
Nuñez zegt dat de protesten niet langer gaan over de gestelde eisen, maar om "geweld in zijn puurste vorm". Volgens de Franse krant Le Monde is de beweging via sociale media in een stroomversnelling geraakt en wordt het gevoed door een gevoel van onrecht en slechte leefomstandigheden onder scholieren.
Ook de Franse premier Lecornu heeft het geweld veroordeeld. "Vuurwerk, branden en geweld in de buurt van middelbare scholen: niets rechtvaardigt het in gevaar brengen van leerlingen, personeel of politieagenten", schrijft hij op X.
Ook beschuldigt hij de radicaal-linkse partij France Insoumise (LFI) ervan de beweging verder aan te wakkeren. Verschillende LFI-politici, onder wie Louis Boyard, hebben hun steun uitgesproken voor de scholieren en opgeroepen de acties verder uit te breiden.
"Deze escalatie is onverantwoordelijk", aldus Lecornu. "Het is de plicht van een gekozen vertegenwoordiger van de Republiek om jongeren te beschermen en tot kalmte op te roepen. Hun woede misbruiken voor politieke doeleinden is verkeerd."
Scholen moeten volgens hem geen politiek speelveld worden, maar een plek zijn waar scholieren veilig kunnen studeren. Hij riep Jean-Luc Mélenchon, de leider van LFI, op om het geweld te veroordelen.
Mélenchon heeft fel gereageerd op dat verwijt. Volgens hem vormen de protesterende scholieren geen bedreiging en is het juist de regering die te hard optreedt tegen de demonstranten.
Landelijke stakingsdag
Mélenchon heeft een sterke aanhang onder jonge kiezers. Volgens een recente peiling van Le Monde zou 41 tot 45 procent van de 18- tot 24-jarigen bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen volgend jaar op hem stemmen. Daarmee is hij in deze leeftijdsgroep populairder dan de radicaal-rechtse kandidaat Marine Le Pen van Rassemblement National.
Een scholierenvakbond heeft opgeroepen om vandaag opnieuw middelbare scholen te blokkeren. Die oproep valt samen met een landelijke stakingsdag van ambtenaren, waaronder medewerkers in het openbaar vervoer, de zorg en het onderwijs. De stakingsdag is gericht tegen de voorgenomen bezuinigingen van de regering.