Een groep van 63 mennonieten, een religieuze gemeenschap, is dit weekend Suriname uitgezet. Ze zijn voornamelijk afkomstig uit Bolivia en Mexico en hielden zich bezig met illegale ontbossing. De uitzetting volgt na een slepend juridisch conflict.
De ultraconservatieve christelijke landbouwers verbleven sinds 2024 in Suriname zonder verblijfsvergunning. Ze kapten bossen met als doel om grootschalige landbouwprojecten op te zetten.
President Jennifer Simons is daar sterk op tegen. "Het gaat erom dat we het belangrijkste Amazonewoud niet kappen voor grootschalige landbouw, zei ze herhaaldelijk in Surinaamse media.
Sinds half juli waren de mennonieten met hun gezinnen, inclusief baby's en kleine kinderen, al door de deurwaarder gesommeerd te vertrekken. Ze zaten in het zogeheten Masonia-gebied, diep in het Surinaamse binnenland.
Zoektocht door politie en leger
Toen de mennonieten de waarschuwingen negeerden, trokken milieuorganisaties aan de bel, waarna een nieuw ultimatum volgde. Ook daar werd niet op gereageerd.
Uiteindelijk trok de politie eind oktober met behulp van het leger het gebied in. De mennonieten waren inmiddels gevlucht en hielden zich enkele kilometers verderop schuil. Na een zoekactie werden ze alsnog gevonden en met bussen het gebied uit gebracht.
Vertegenwoordigers van de mennonieten hadden intussen een kort geding aangespannen om deportatie te voorkomen. Toen ze dat verloren, spande hun advocaat een tweede kort geding aan, maar de Surinaamse autoriteiten wachtten dat niet af en gingen dit weekend al over tot deportatie.
De mennonieten zijn een geloofsstroming binnen de doopsgezinden, ook wel 'wederdopers' genoemd, en zijn van oorsprong volgelingen van de 16e-eeuwse priester en kerkhervormer Menno Simons uit Friesland.
Afgezonderd leven
Omdat Simons en zijn gemeenschap in Nederland werden vervolgd, trokken ze naar Duitsland. Zijn volgelingen verspreidden zich in de daaropvolgende eeuwen over verschillende plekken in de wereld, waaronder Latijns-Amerika. Daar werden in negen landen mennonietenkolonies gesticht. Onder meer in Bolivia en Peru doen ze aan grootschalige landbouw, zoals sojateelt.
Ze leven het liefst zo geïsoleerd mogelijk. Ze zonderen zich af van de buitenwereld en mengen zich zo min mogelijk met bewoners uit de landen waar ze zich vestigen, om zo hun traditionele leefwijze voort te zetten. In hun huishoudens gebruiken ze geen telefoon, elektriciteit of tv.
Bekijk deze reportage van Nina Jurna van vorig jaar voor Nieuwsuur over mennonieten in Latijns-Amerika:
Volgens internationale milieuorganisaties als WNF en Greenpeace is de groeiende aanwezigheid en uitbreiding van mennonietenkolonies in Latijns-Amerika een van toenemende oorzaken van de ontbossing van de Amazone. Ook vormt hun aanwezigheid een bedreiging voor de inheemse gemeenschappen.
Proefproject regering-Santokhi
Sinds 2022 richten mennonieten uit Bolivia, Belize en Mexico hun aandacht op Suriname, in een zoektocht naar meer grond en ruimte om kolonies te stichten. Hun zaken worden behartigd door lokale partijen en private tussenpersonen, onder wie een aantal Nederlandse ondernemers in Suriname.
Onder de regering-Santokhi (2020-2025) kregen vijftig mennonietenfamilies toestemming om voor drie jaar naar Suriname te komen voor een proefproject op zo'n 35.000 hectare grond. De plannen om grote lappen grond in het binnenland te ontginnen voor grootschalige landbouw lekten uit en leken buiten het parlement om gemaakt te zijn.
Dat veroorzaakte grote maatschappelijke verontwaardiging, met name bij milieuorganisaties, inheemse groepen en marrongemeenschappen. Die vreesden voor grootschalige ontbossing en verlies van hun leefgebieden. Na maatschappelijke druk en een rechtszaak tegen de staat en belangenbehartigers van de mennonieten, trok Santokhi uiteindelijk de stekker uit het proefproject. Een deel van de mennonieten was toen al in Suriname.
Harder optreden
De Surinaamse regering van president Jennifer Simons treedt strikter op tegen illegale houtkap en het ontbreken van vergunningen. De president heeft aangegeven dat gronden in de kustvlakte beschikbaar zijn voor grootschalige agrarische ontwikkeling. Daar hoeft geen tropisch bos voor te worden vernietigd.
Naar schatting zijn er nog steeds enkele honderden mennonieten in Suriname, ook na de uitzetting van de groep van 63. Hun status is onduidelijk. Surinaamse milieuorganisaties, zoals Probios, zijn doorlopend bezig om mennonietenkolonies te traceren en de aandacht te vestigen op ontbossing van het binnenland van Suriname.