Veel particuliere huisbazen in Rotterdam vragen nog altijd een veel te hoge huur, ondanks de inspanning van de gemeente om daar iets aan te doen. Dat concludeert de Rekenkamer Rotterdam, die onderzoek deed naar de aanpak van de gemeente sinds de invoering van de Wet betaalbare huur.
Om mensen te beschermen tegen een te hoge huur, bestaat sinds juli 2024 de Wet betaalbare huur. Een puntensysteem bepaalt nu hoeveel de huiseigenaar voor een huis of kamer mag vragen. Daardoor is de huur in veel gevallen lager dan wat de verhuurder ervoor wil vragen.
Met de invoering van de wet heeft een gemeente meer mogelijkheden gekregen om te hoge huurprijzen aan te pakken. De gemeente kan een verhuurder die te veel vraagt, een waarschuwing geven en uiteindelijk ook beboeten. Maar voordat een gemeente in kan grijpen, moeten huurders eerst bij de gemeente melden dat ze te veel betalen.
Weinig meldingen van huurders
In Rotterdam zijn ongeveer 213.000 huurwoningen. Bijna 7 van de 10 daarvan zijn in handen van woningcorporaties. De rest is van particuliere eigenaren.
De gemeente probeerde met een campagne en huisbezoeken huurders ervan te overtuigen zich te melden als te veel huur betalen. Uit het onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat maar er amper huurders dat hebben gedaan.
Er kwamen tot maart dit jaar slechts 212 meldingen binnen. Van die meldingen hebben er ook maar weinig geleid tot huurverlaging: in totaal is de huur van slechts 34 woningen verlaagd.
Magere resultaten
Teleurstellende resultaten, vindt de Rekenkamer. In verhouding tot de resultaten is de aanpak volgens de Rekenkamer arbeidsintensief en duur: "Iedere euro huurverlaging kost de gemeente 95 euro."
Een meerderheid van de huurders weet het meldpunt van de gemeente nog niet te vinden. Uit de enquête van de Rekenkamer blijkt dat maar 30 procent van de huurders enigszins weet waar zij terecht kunnen als zij te veel huur betalen.
Er is ook aan andere reden waarom er maar weinig melding wordt gedaan. "Hoe slechter het gedrag van de huurbaas, hoe lager de meldingsbereidheid is bij huurders. Dit zijn juist de huurders die door de wet beschermd moeten worden", zegt directeur Sjoerd Keulen. "We zien dat meldingen uitblijven, vaak vanwege angst voor de gevolgen, weinig vertrouwen in de overheid, of door intimidatie van de verhuurder."
'Voorzichtige aanpak'
Zolang er geen melding wordt gedaan, blijft een huisbaas die zich niet aan de wet houdt buiten schot, stelt de Rekenkamer. "Dit terwijl de gemeente informeel wel weet welke verhuurders stelselmatig de wet overtreden."
Zo vermoedt Rotterdam dat in de wijk Carnisse, waar veel arbeidsmigranten wonen, minstens 60 procent van de huurders te veel huur betaalt of leeft in beroerde omstandigheden.
Als er wel een overtreding wordt geconstateerd, kiest de gemeente volgens de Rekenkamer voor een voorzichtige aanpak. Terwijl het onderzoek liep, heeft de gemeente geen woningen van huisbazen in beheer genomen. Er zijn ook geen boetes opgelegd. "Door deze aanpak loont het voor een verhuurder om zich niet aan de Wet betaalbare huur te houden."
Rekenkamer wil strengere aanpak
De Rekenkamer beveelt aan om stelselmatige overtreders actief aan te pakken. Bovendien zouden er bij overtredingen sneller zwaardere maatregelen moeten worden ingezet.
Ook moet er aandacht zijn voor huurders die in de problemen komen nadat ze een melding hebben gedaan, adviseert de Rekenkamer. Het stadsbestuur neemt de aanbevelingen bijna volledig over.
Zo is de handhaving vlak voor de zomer aangescherpt, laat verantwoordelijk wethouder Kockelkoren weten aan de regionale omroep Rijnmond.
"Iedereen in Rotterdam verdient een veilige en betaalbare plek om te wonen", zegt ze. "Toch zijn er nog steeds huurders die te veel betalen of te maken krijgen met discriminatie en intimidatie. Dat is onacceptabel."