De aanhoudende demonstraties in Iran hebben inmiddels zeker zestien mensenlevens geëist, melden mensenrechtenorganisaties. De protesten, die een week geleden begonnen, richten zich tegen de torenhoge inflatie en stijgende kosten van levensonderhoud in het land.
Winkeliers startten protesten
De onrust begon vorige week zondag toen winkeliers in hoofdstad Teheran het werk neerlegden uit protest tegen de economische situatie. Sinds die tijd hebben de demonstraties zich uitgebreid naar andere steden, waarbij ook studenten en jonge werklozen zich hebben aangesloten bij de protesten.
Mensenrechtenorganisatie Hengaw spreekt van zeventien doden, terwijl activistennetwerk HRANA het dodental op zestien houdt. Daarnaast zouden er 582 mensen zijn gearresteerd. Deze cijfers kunnen echter niet onafhankelijk worden geverifieerd vanwege de beperkte persvrijheid in Iran.
Sancties verergeren economische crisis
De internationale sancties tegen Iran hebben geleid tot een dramatische verslechtering van de economische situatie. In september werden de VN-sancties na tien jaar weer ingesteld vanwege vermoedens dat Iran een atoomwapen ontwikkelt. Als gevolg hiervan heeft de Iraanse munt binnen zes maanden de helft van zijn waarde verloren.
Vooral winkeliers op marktpleinen worden hard geraakt omdat veel van hun geïmporteerde producten aanzienlijk duurder zijn geworden. Deze groep vormde dan ook de katalysator voor de huidige protestgolf.
Internationale spanning loopt op
President Trump heeft vrijdag zijn steun uitgesproken voor de demonstranten en gedreigd met actie als Iran "niet stopt met het doden van demonstranten". De Iraanse leider ayatollah Khamenei reageerde door te stellen "niet te zullen bukken voor de vijand" en beschuldigt het Westen van complotvorming tegen Iran.
De situatie blijft gespannen terwijl de economische problemen aanhouden.
