Voor Sinti, Roma en reizigers is de afgelopen jaren "schokkend weinig" verbeterd in Nederland. Nationale ombudsman Reinier van Zutphen concludeert dat ze nog altijd worden gediscrimineerd en uitgesloten, negen jaar nadat hij dat voor het eerst vaststelde. "Ik mis bij de overheid het gevoel van urgentie dat hierbij nodig is", schrijft hij.
Het is vrijwel genormaliseerd om Roma, Sinti en reizigers te discrimineren. Zij hebben daar last van bij het vinden van een baan, het afsluiten van een verzekering en het aanvragen van een hypotheek voor hun woonwagen. Hun kinderen hebben het gevoel dat ze er niet bij horen, worden gepest op school en krijgen vaak lagere schooladviezen.
"Sommigen voelen zich daardoor genoodzaakt hun achtergrond en cultuur verborgen te houden", ziet de ombudsman. De overheid zet zich volgens Van Zutphen te weinig in om de rechten van Roma, Sinti en reizigers te beschermen.
Nog altijd tekort aan standplaatsen
In 2018 is er wel een einde gekomen aan het zogenoemde uitsterfbeleid, waarbij vrijgekomen standplaatsen voor woonwagens niet opnieuw werden uitgegeven. Maar het voelt voor Sinti, Roma en reizigers alsof dat beleid in een andere vorm weer is verdergezet, aldus de ombudsman.
Dat komt doordat het tekort aan standplaatsen niet is opgelost. De afgelopen drie jaar kwamen er 99 plaatsen bij, terwijl er een tekort van 4000 tot mogelijk 8000 plaatsen is. Dat ligt volgens gemeenten aan hoge kosten, gebrek aan grond, weerstand van omwonenden en politieke onwil, zegt de Nationale ombudsman.
Van Zutphen wil dat de overheid discriminatie en stigmatisering kabinetsbreed aanpakt en Sinti, Roma en reizigers als nationale minderheid bestempelt, zoals de Tweede Kamer onlangs ook heeft verzocht.
Vraag om wettelijke verplichting
De landelijke stichting Sinti, Roma en reizigers herkent het beeld dat de ombudsman schetst. Er is wel "steeds meer politiek en ambtelijk draagvlak voor de woonwagenwereld", maar de groepen worden nog altijd ongelijk behandeld, aldus de stichting. Die vraagt het kabinet om gemeenten wettelijk te verplichten om meer standplaatsen voor woonwagens te realiseren.
Ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het College voor de Rechten van de Mens vinden dat er snel meer standplaatsen moeten komen. Volgens de VNG moeten gemeenten sneller hun plannen tot uitvoer brengen, maar moeten er daarvoor wel "stevige landelijke voorwaarden" zijn. Het College vindt dat de minister moet ingrijpen als het niet lukt om met voorrang meer standplaatsen te realiseren.