Het Kröller-Müller Museum in Otterlo heeft gisteren een bijzondere beslissing genomen door een vervalste Van Gogh in de collectie op te nemen. Het nepwerk 'Zeegezicht te Saintes-Maries-de-la-Mer' wordt bewust getoond om bezoekers te laten zien hoe complex de authenticiteit van kunstwerken kan zijn.
Onderdeel van museumgeschiedenis
"Erachter komen dat één van je kunstwerken nep is, is een nachtmerrie voor elke directeur. Maar wij vinden het belangrijk om dit schilderij toch tentoon te stellen. Het is onderdeel van onze geschiedenis", verklaart museumdirecteur Benno Tempel aan Omroep Gelderland. Het echte 'Zeegezicht' hangt inmiddels in het Van Gogh Museum in Amsterdam.
De vervalsing heeft een opmerkelijke geschiedenis. Het schilderij was onderdeel van een grote kunstfraude waarbij kunsthandelaar Otto Wacker in Berlijn 33 valse Van Goghs verkocht. Zelfs Helene Kröller-Müller, medeoprichter van het museum en vooraanstaand kunstverzamelaar, trapte in de list.
Historische rechtszaak
In april 1932 kwam de zaak voor de rechter. Wacker beweerde de schilderijen gekocht te hebben van een Rus die ze tijdens de revolutie uit Rusland had gesmokkeld. Kunsthistorica Nicole Roepers concludeerde later dat de bewijsvoering gebrekkig was en deskundigen elkaar tegenspraken. Uiteindelijk werd Wacker veroordeeld tot gevangenisstraf en een boete van 30.000 Duitse mark.
Leermoment voor bezoekers
Het Kröller-Müller Museum, bekend om zijn wereldberoemde collectie van negentig echte Van Gogh schilderijen, gebruikt de vervalsing als educatief middel. Tempel benadrukt dat vrijwel elk museum wel een werk bezit dat later niet meer aan de oorspronkelijke kunstenaar wordt toegeschreven. De tentoonstelling illustreert hoe dun de grens tussen echt en onecht kan zijn.
