Kosovaarse ex-president Thaci krijgt 25 jaar cel voor oorlogsmisdaden, rellen na vonnis

Het Kosovotribunaal in Den Haag heeft Hashim Thaci, de voormalig president van Kosovo, veroordeeld tot 25 jaar cel. De internationale rechtbank ziet voldoende bewijs dat Thaci meerdere oorlogsmisdaden heeft gepleegd tijdens de Kosovo-oorlog in de jaren negentig, zoals moord, marteling en onmenselijke behandelingen.

De aanklagers hadden begin dit jaar 45 jaar cel tegen Thaci geëist. Naast Thaci, die de aantijgingen altijd heeft ontkend en op voorhand zei uit te gaan van vrijspraak, stonden ook drie oud-commandanten van het Kosovo Bevrijdingsleger terecht. Ook zij zijn veroordeeld tot jarenlange celstraffen.

Het tribunaal acht bewezen dat Thaci verantwoordelijk is voor de moord op 96 politieke tegenstanders van zijn strijd voor de onafhankelijkheid van Kosovo. Ook is hij veroordeeld voor de willekeurige illegale detentie van 385 mensen, de marteling van 303 mensen en de wrede behandeling van ongeveer 50 personen. Onder de slachtoffers waren ook vrouwen en kinderen.

De vier verdachten zijn vrijgesproken van misdaden tegen de menselijkheid. Daarvoor zag het hof te weinig bewijs.

Rellen in Den Haag

De veroordeling van de oud-president van Kosovo ligt erg gevoelig. In Den Haag kwamen op het Malieveld in de ochtend tientallen sympathisanten bijeen om hun steun te betuigen aan Thaci, die zij zien als grondlegger van het huidige Kosovo. Volgens de demonstranten heeft de oud-president geen eerlijk proces gekregen van het tribunaal, dat hij als minister van Buitenlandse Zaken van Kosovo tussen 2014 en 2016 mede hielp oprichten.

Na de uitspraak liep het protest al snel uit de hand. Politiebusjes en agenten werden door de Thaci-aanhangers bekogeld met stenen, takken en vlaggen, meldt persbureau ANP. Een aantal demonstranten klom op een politievoertuig. De mobiele eenheid (ME) zette uiteindelijk traangas en een waterkanon in om de rust te doen terugkeren.

De nu 58-jarige Thaci was tussen 2008 en 2020 eerst premier en daarna president van Kosovo, maar in de jaren negentig had hij de leiding over een etnisch Albanese afscheidingsbeweging, het UCK, die streed voor een onafhankelijk Kosovo, in die tijd nog een autonome provincie binnen Servië. Vandaag de dag wordt de onafhankelijkheid van Kosovo niet door alle VN-lidstaten erkend.

Vanwege discriminatie en onderdrukking wilde het UCK dat Kosovo zich zou losweken van Servië, maar de toenmalige Servische president Milosevic reageerde hierop met harde hand. Daarop brak een oorlog uit tussen het Servische leger en de guerrillabeweging van Thaci.

Lees ookZeker 19 doden bij instorten van door oorlog beschadigd woongebouw in Gaza

In 1998 en 1999 voerde het UCK onder leiding van Thaci vergeldingsacties uit tegen de Serviërs. Onder de slachtoffers waren ook Kosovaars-Albanese politieke tegenstanders van de UCK, Servische burgers en etnische groepen zoals de Roma. In eerste instantie werd Thaci door westerse leiders nog gezien als een redelijk alternatief om stabiliteit in de regio te brengen.

Na een bijna drie maanden durende NAVO-operatie met bombardementen op Belgrado werd de Kosovo-oorlog beëindigd. Thaci begon een politieke carrière, schopte het tot president, maar gaf deze functie in 2020 op om zich te verdedigen voor het hof in Den Haag.

Ook in Pristina, de hoofdstad van Kosovo, gingen de afgelopen dagen vele duizenden mensen de straat op om Thaci te steunen. De vier mannen die terechtstonden worden beschouwd als nationale helden en hun portretten hangen overal verspreid door de stad. In een apart proces dat later deze maand van start gaat, staat Thaci nog terecht wegens het intimideren van getuigen.

Kosovo riep in 2008 de onafhankelijkheid uit, maar Belgrado weigert die nog altijd te erkennen.

Deel dit artikel

Lees ook