Gezondheidsraad: 13-wekenecho nu niet invoeren, meer onderzoek nodig

De Gezondheidsraad adviseert het kabinet om de 13-wekenecho nu niet in te voeren als vast onderdeel van de geboortezorg. Met de echo wordt onderzocht of het ongeboren kind afwijkingen zal krijgen.

Zwangeren kunnen sinds 2021, in het kader van een wetenschappelijke studie, tijdelijk gebruikmaken van de 13-wekenecho. Uit dit onderzoek blijkt dat uitslagen van de echo niet altijd klopten en dat de aanstaande moeder onnodig werd doorverwezen.

Bij het vervolgonderzoek bleek dan dat er sprake was van loos alarm. Tegelijkertijd werden ook relatief veel afwijkingen gemist. Deze nadelen wegen volgens de Gezondheidsraad niet op tegen de voordelen om de 13-wekenecho onderdeel te maken van de reguliere zorg.

De Gezondheidsraad adviseert de minister van Volksgezondheid niet om de deur voor deze screeningsmethode helemaal dicht te gooien. Bij een juiste diagnose is er wel degelijk een groot voordeel voor ouders. Zij krijgen dan meer tijd, in vergelijking met de 20-wekenecho, om zich voor te bereiden op een kind dat veel zorg nodig zal hebben óf om na te denken over een abortus.

Ook is er dan meer tijd om vervolgonderzoek te doen dat kan helpen om een afgewogen beslissing te nemen over een eventuele abortus. Dat kan stress bij zwangere vrouwen aanzienlijk verminderen.

Wellicht toch toekomst voor 13-wekenecho

De Gezondheidsraad ziet dit voordeel ook, dus adviseert de minister om te onderzoeken of de 13-wekenecho op een andere manier kan worden ingezet waardoor het voordeel groter wordt dan de nadelen. Strengere doorverwijsprotocollen zouden kunnen leiden tot minder foutieve uitslagen. Bijvoorbeeld door bepaalde organen van de foetus, die nog niet genoeg ontwikkeld zijn, niet mee te nemen in de beoordeling.

Daarnaast bestaat tegenwoordig ook de NIPT, die via een bloedtest bij de moeder vaststelt of het kind genetische afwijkingen heeft. Die test zou standaard voor de 13-wekenecho bekend moeten zijn. Dat voorkomt bij een ongunstige NIPT-uitslag dat onnodig een 13-wekenecho wordt verricht.

"We adviseren daarom om te verkennen hoe de verschillende prenatale screeningen zoals de termijnecho rondom de 10e week, de NIPT, de 13-wekenecho en de 20-wekenecho, beter kunnen worden gecombineerd om tot preciezere uitslagen te komen", zegt Selma Pronk, vice-voorzitter van de Gezondheidsraad. Misschien dat er dan in de toekomst wel een rol mogelijk is voor de 13-wekenecho. Maar dat is aan het kabinet.

Lees ookOuders en scholen wijzen naar elkaar voor oplossing tegen online pesten

'Hopen dat minister ook positief is'

Monique Haak en Mireille Bekker, hoogleraren Verloskunde aan het Leids UMC en UMC Utrecht, zijn positief over het advies. Samen leidden zij de wetenschappelijke implementatiestudie naar de 13-wekenecho. Zij lezen met name terug dat ook de Gezondheidsraad onderschrijft dat er meerwaarde is voor de zwangere en eventuele partner om vroeg te horen wat er met het ongeboren kind aan de hand is.

Ze onderschrijven dat de uitslagen relatief vaak niet klopten. Maar het voordeel voor zwangere vrouwen om bij een correcte diagnose veel meer tijd te kunnen nemen om te beslissen over hoe nu verder, zien zij juist als groter dan de nadelen.

"Bij een 20 wekenecho heb je nog maar beperkt tijd voor vervolgonderzoek dat kan helpen bij een afgewogen beslissing over bijvoorbeeld een abortus", zegt Haak. "Want de wettelijke grens voor een abortus ligt op 24 weken. Dat zorgt voor stressvolle situaties bij de aankomende ouders."

Maar ze zijn het eens met de meeste suggesties van de Gezondheidsraad om het gebruik van de 13-wekenecho te verbeteren. In de conclusie van hun studie hebben zij ook geadviseerd om een aantal aanpassingen te doen om het aantal onterechte verwijzingen te verminderen. "Die moeten dan verpakt worden in een vervolgstudie", aldus Bekker.

"Zodat we zeker weten dat deze ideeën ook daadwerkelijk tot verbetering leiden. We hopen dat de minister hier ook positief naar kijkt. Dit soort onderzoeken kosten immers tijd en geld."

Deel dit artikel

Lees ook