Frankrijk waarschuwde voor niet-zichtbare militaire vliegtuigen bij Curaçao

Frankrijk heeft tijdens de Amerikaanse aanval op Venezuela op 3 januari gewaarschuwd voor militaire vliegtuigen die niet zichtbaar waren voor de burgerluchtverkeersleiding in het Caribisch gebied. Doordat ze niet zichtbaar waren, konden verkeersleiders andere vliegtuigen niet altijd informeren over de aanwezigheid van militaire toestellen.

Dat blijkt uit documenten die het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft vrijgegeven na een beroep op de Wet open overheid (Woo). De NOS berichtte 14 december al over een bijna-botsing tussen een passagiersvliegtuig en een Amerikaans militair tankvliegtuig boven Curaçao, waarbij het militaire toestel niet te zien was op de radar.

Het gevaar van militaire vliegtuigen die niet zichtbaar zijn voor de burgerluchtverkeersleiding, is dat verkeersleiders andere vliegtuigen niet tijdig kunnen waarschuwen. Zonder informatie over de positie van die toestellen kunnen zij ook niet zorgen voor voldoende onderlinge afstand. Piloten van passagiersvliegtuigen kunnen daardoor onverwacht een militair toestel tegenkomen en moeten dan mogelijk zelf ingrijpen om een botsing te voorkomen.

Dat risico speelde ook bij de bijna-botsing waarover de NOS in december berichtte. De Franse waarschuwing maakt duidelijk dat tijdens de Amerikaanse aanval op Venezuela opnieuw rekening werd gehouden met militaire vliegtuigen die buiten het zicht van civiele verkeersleiders bleven.

Luister hier naar een deel van het gesprek tussen luchtverkeersleiding en de piloten bij de bijna-botsing:

De Franse waarschuwing had betrekking op de vluchtinformatiegebieden van Curaçao, San Juan en Piarco. Piloten kregen ook het advies binnen de operationele mogelijkheden extra brandstof mee te nemen om zo nodig te kunnen uitwijken. Uit de stukken blijkt niet dat dergelijke toestellen op 3 januari daadwerkelijk in het Curaçaose vluchtinformatiegebied vlogen.

Spoedoverleg na bijna-botsing

De incidenten waarover de NOS als eerste berichtte, leidden tot spoedoverleg tussen luchtvaartmaatschappijen, de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, de Curaçaose luchtverkeersleiding en internationale luchtvaartorganisaties.

KLM verscherpte vervolgens zijn veiligheidsmaatregelen voor vluchten door het Curaçaose luchtruim. Vliegtuigen moesten voortaan tijdens de hele vlucht door dat gebied extra verlichting voeren.

Op 18 december meldden de regeringen van Curaçao en Aruba dat met de Verenigde Staten afspraken waren gemaakt over het inschakelen van transponders door Amerikaanse militaire vliegtuigen.

Amerikaans vliegverbod

Ruim twee weken later volgden de Amerikaanse aanvallen op Venezuela, waarbij president Maduro en zijn echtgenote werden gevangengenomen en naar de Verenigde Staten overgebracht.

De FAA vaardigde op 3 januari een vliegverbod uit voor Amerikaanse burgerluchtvaartoperators in de Curaçao Flight Information Region (FIR). Dat gold op alle vlieghoogtes vanwege veiligheidsrisico's door militaire activiteiten. Amerikaanse militaire en staatsluchtvaartuigen waren van het verbod uitgezonderd.

De Curaçao FIR omvat een groot deel van het zuidelijke Caribisch gebied en grenst aan het Venezolaanse vluchtinformatiegebied Maiquetía. De luchtverkeersdienstverlening wordt verzorgd door de Curaçaose luchtverkeersleiding. Het Amerikaanse verbod gold voor Amerikaanse luchtvaartoperators en betekende niet dat het luchtruim voor alle vliegtuigen was gesloten. Andere maatschappijen moesten zelf beoordelen of zij hun vluchten veilig konden uitvoeren.

Bekijk hier onze special over de bijna-botsing:

Lees ookOok hobbyvisser ingezet om schadelijke rivierkreeften weg te krijgen

KLM annuleerde op 3 januari vluchten naar de ABC-eilanden, Sint Maarten en verschillende andere Caribische bestemmingen. Ook TUI en Corendon schrapten vluchten. Volgens Buitenlandse Zaken werden ongeveer 2600 KLM-passagiers door de annuleringen getroffen.

De Curaçaose regering liet destijds weten dat het luchtruim niet volledig gesloten was, maar dat sprake was van verhoogde paraatheid. Luchtvaartmaatschappijen moesten zelf beoordelen of zij konden vliegen. Op 4 januari werden de Amerikaanse beperkingen opgeheven en hervatten maatschappijen hun vluchten naar de eilanden.

Crisisoverleg in Den Haag

De Nederlandse overheid hield op 3 januari crisisoverleg over de Amerikaanse aanvallen en de gevolgen voor de regio. Daar waren onder meer de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid bij betrokken. Ook vertegenwoordigers van KLM, TUI fly en Corendon ontvingen informatie over de veiligheidssituatie.

Op 4 januari werd aangekondigd dat een stuurgroep Caribisch gebied onder voorzitterschap van Binnenlandse Zaken bijeen zou komen. Defensie en Buitenlandse Zaken zouden daar informatie delen.

Uit de vrijgegeven stukken blijkt niet wanneer de Curaçaose luchtvaartautoriteiten over de internationale veiligheidswaarschuwingen werden geïnformeerd of welke afspraken met de Verenigde Staten waren gemaakt over militaire vliegbewegingen tijdens de aanval.

Crisisfase afgeschaald

Op 6 januari kwam het Nederlandse crisisoverleg opnieuw bijeen. Het overleg besloot de crisisaanpak terug te brengen naar de precrisisfase. Een volgend overleg werd gepland voor 13 januari, tenzij de situatie aanleiding gaf eerder bijeen te komen.

De scenarioanalyses waarop de besluitvorming mede was gebaseerd, zijn grotendeels weggelakt.

De openbaar gemaakte documenten vermelden niet welke informatie de Curaçaose luchtverkeersleiding tijdens de Amerikaanse aanval had over militaire vliegbewegingen. Ook wordt niet duidelijk of de afspraken die Curaçao en Aruba in december met de Verenigde Staten bekendmaakten over het gebruik van transponders tijdens de operatie nog van kracht waren en werden nageleefd.

Deel dit artikel

Lees ook