Aanslagen op Europese defensiesector zetten ook bedrijven in Nederland op scherp

De lijst met aanslagen en sabotageacties bij Europese defensiebedrijven groeit. Zo waren er brandstichtingen in Polen, Slowakije en Italië. Ook verijdelden autoriteiten een aanslag op een vrachtvliegtuig in Leipzig, een knooppunt van wapentransporten voor Oekraïne.

Aangenomen wordt dat Rusland achter veel van de aanvallen zit. Volgens deskundigen verandert het dreigingsbeeld voor Nederlandse defensiebedrijven ook, maar zijn zeker nieuwkomers op de markt zich daarvan nog niet voldoende bewust.

"Rusland is het conflict aan het uitbreiden, dat komt met risico's. De vraag is in hoeverre organisaties daar echt op zijn voorbereid", zegt Bart van den Berg. Hij is defensie- en veiligheidsdeskundige bij kennisinstituut Clingendael. "Onze regelgeving is gebaseerd op een ander dreigingsbeeld, dat redeneert in termen van oorlog of vrede en geen rekening houdt met de grijze zone waarin we nu zitten."

Dat dreigingen toenemen ziet ook Christa Hooijer, wetenschapsdirecteur bij onderzoeksorganisatie TNO Defensie. Daar worden nieuwe technieken ontwikkeld voor de Nederlandse krijgsmacht.

"Aan de aanslagen in het buitenland zie je dat het spannender wordt in de wereld. We moeten daarom ons onderzoek beter beveiligen, op verzoek van het ministerie van Defensie", zegt ze. "Gezien de kennis die we ontwikkelen, zijn we doelwit van spionage en pogingen tot diefstal van bedrijfsgeheimen. Daarom nemen we maatregelen om te voorkomen dat dat kan gebeuren."

Die maatregelen zijn volgens Hooijer gevarieerd. "Het gaat om fysieke beveiliging, zoals hekken, poortjes en portiers. Maar ook om digitale beveiliging en bewustwordingstraining voor onze mensen."

Niet naïef zijn

TNO is een grote organisatie en werkt al decennia samen met Defensie, maar in Nederland komen ook steeds meer kleine defensiestart-ups op. Een aantal daarvan levert, via onze eigen krijgsmacht, materieel of software aan Oekraïne.

"Van start-ups wordt wat betreft beveiliging echt veel gevraagd", zegt onderzoeker Van den Berg. "Ze moeten kijken naar het personeel dat ze aannemen en fysieke beveiliging van de locatie, naast hun zware gebruikelijke werk. En je moet gewoon permanente beveiliging hebben en erkennen dat als je aan Oekraïne levert, je daarvoor betaalt. Daar moeten we niet naïef over zijn."

Dat beaamt Eric Schouten, die vroeger namens inlichtingendienst AIVD contact hield met het bedrijfsleven over dreigingen uit Rusland en China. Inmiddels werkt hij in de private veiligheidssector. "Bedrijven die totaal niets van spionage weten, worden ineens lekker gemaakt om te leveren aan Defensie."

"Als ze dan op handelsmissie gaan in bijvoorbeeld Polen, staan ze vrolijk op de foto zonder te beseffen dat ze dan al in de gaten gehouden worden door Russische inlichtingendiensten", zegt hij. "Ik zie te veel dollartekens in de ogen van managers, zonder dat er nagedacht wordt over wat er qua veiligheidsmaatregelen bij hoort."

Lees ookToekomst bondskanselier Merz op het spel bij Duitse deelstaatverkiezingen

Hulp van overheid

Schouten geeft toe dat start-ups nog niet altijd kunnen voldoen aan hoge veiligheidsstandaarden. "Die hebben daar de middelen niet voor. Maar je kunt wel al investeren in risicoanalyse en bewustwording. Ik zie ook veel bedrijven die dat wel goed doen." Volgens Van den Berg kunnen kleine bedrijven inderdaad dure beveiliging niet altijd betalen. "De overheid moet je daar ook financieel bij helpen."

Het beste scenario is dat bedrijven hun inlichtingenpositie goed op orde hebben, zegt Schouten. "Dan kun je passende maatregelen nemen, zoals beveiligd communiceren of het controleren van afwijkend gedrag. Het hoeven niet direct dikke hekwerken te zijn."

Samenwerking

Bedrijven kunnen daarbij hulp inroepen van organisaties die ervaring hebben met het opsporen van kwetsbaarheden en het versterken van weerbaarheid. DNV Nederland is zo'n bedrijf. "We zien dat organisaties steeds vaker de vraag stellen hoe zij bezorgdheid kunnen omzetten in concrete maatregelen", zegt Derek Riezebos van DNV Nederland.

"De focus verschuift van bescherming tegen één specifiek risico naar voorbereiding op meerdere, onderling verbonden, dreigingen die gelijktijdig kunnen optreden. Denk bijvoorbeeld aan gecombineerde fysieke en cyberaanvallen." Volgens Riezebos is nauwe samenwerking tussen onder meer de overheid en de industrie belangrijk om de steeds complexere dreigingen het hoofd te bieden.

"Er bestaat geen maatregel waarmee alle risico's volledig kunnen worden uitgesloten. De vraag is daarom niet alleen hoe organisaties incidenten kunnen voorkomen, maar vooral hoe zij hun weerbaarheid vergroten. Zodat ze verstoringen waar mogelijk voorkomen, de impact beperken en snel kunnen herstellen als er toch iets gebeurt."

Deel dit artikel

Lees ook