Na jarenlange opgravingen hebben archeologen in Jeruzalem een spectaculaire vondst voltooid: een 50 meter lang stuk van de antieke stadsmuur uit de tweede eeuw voor Christus. Het team, dat sinds 1999 aan het project werkte, heeft vorige week de laatste fase van het onderzoek afgesloten.
Hasmonese fortificatie ontdekt
De gevonden muur maakte deel uit van een indrukwekkend verdedigingswerk rond het historische Jeruzalem – een veel groter gebied dan de huidige Oude Stad. Het fortificatiesysteem bestond uit een tien meter hoge muur met zestig wachttorens, opgericht tijdens het onafhankelijke Joodse koninkrijk van de Hasmoneeën (141-37 voor Christus).
De opgraving vond plaats onder een 19de-eeuws gevangenisgebouw, nu onderdeel van het Tower of David Museum. Het project werd tussen 2000 en 2005 onderbroken vanwege de Tweede Intifada, maar werd twee jaar geleden hervat. Archeologen verwijderden met de hand een enorme hoeveelheid zand en puin – vergelijkbaar met twee olympische zwembaden.
Mysterie van de afgebroken muur
Het meest intrigerende aan de vondst is dat de muur over grote lengte tot hetzelfde niveau is afgebroken. Archeologen hebben twee theorieën ontwikkeld. De eerste verwijst naar de belegering van Jeruzalem rond 132 voor Christus door koning Antiochus VII, waarbij de Joodse verdedigers de fortificaties zouden hebben geslecht als onderdeel van een vredesakkoord.
“We denken dat we daar nu archeologisch bewijs voor hebben gevonden,” verklaart archeologe Amit Re’em. “Het is wonderlijk, archeologie en oeroude verhalen die bij elkaar komen.”
Alternatieve theorie
Een tweede theorie suggereert dat slechts een klein deel van de muur werd afgebroken om plaats te maken voor het paleis van koning Herodes, ruim een eeuw later. Deze verklaring wordt gesteund door vondsten van intacte muurdelen elders in de stad.
Het Tower of David Museum plant nu een glazen vloer boven de resten te installeren, waardoor bezoekers deze unieke archeologische vondst kunnen bewonderen. De renovatie duurt naar verwachting twee jaar.



