Het begrenzen van de rente op studieleningen op maximaal 2,5 procent is risicovol en duur. Dat schrijft minister Letschert van Onderwijs (D66) aan de Tweede Kamer. De minister "baalt ervan", maar komt tot de conclusie dat het plan vele malen duurder is dan gedacht.
De coalitie had er 40 miljoen voor gereserveerd, maar het wordt minstens vier keer zo duur. Dat zou gevolgen hebben voor de rest van de onderwijsbegroting en de schatkist. Letschert wil snel met de Kamer in gesprek over de problematiek, schrijft ze.
Bedrag kan snel oplopen
Veel studenten lenen geld van de overheid om zo hun studietijd te kunnen betalen. De meesten moeten dat geleende bedrag na hun studie terugbetalen. Over dat geleende bedrag betalen ze rente. Lange tijd was die 0 procent, maar de laatste jaren is het percentage aan het stijgen. Daardoor kan het bedrag dat (oud-)studenten moeten aflossen, snel oplopen.
Om die reden spraken D66, VVD en CDA in het coalitieakkoord af een renteplafond in te stellen van 2,5 procent. Hiervoor reserveerden ze 40 miljoen euro.
Anders dan vaak wordt aangenomen, wilden de coalitiepartijen dit alleen voor de huidige generatie studenten invoeren. Oud-studenten uit de 'pechgeneratie', die jarenlang geen studiefinanciering kregen, zouden dus sowieso buiten de boot vallen.
Rente al boven 2,5 procent
De discussie over het maximeren van de rente op 2,5 procent is de laatste weken weer actueel. Begin oktober ging de rente op studieleningen namelijk opnieuw omhoog, voor honderdduizenden studenten zelfs met een procentpunt naar 3,28 procent. Daarmee is de rente voor veel (oud-)studenten nu hoger dan de coalitiepartijen wenselijk vinden.
Letschert zegt de zorgen van studenten te begrijpen, maar zegt dat met het geld dat nu is gereserveerd voor de maximale rente de plannen niet kunnen worden uitgewerkt.
Rentestijgingen leidden de afgelopen jaren geregeld tot protesten:
Dat het plan voor een renteplafond een groot risico is voor de schatkist van de overheid, is al jaren op het ministerie bekend. In 2023 waarschuwde toenmalig onderwijsminister Dijkgraaf dat een renteplafond het ministerie van Onderwijs helemaal kan 'leegtrekken'.
Dat zit zo: om de studieleningen uit te betalen, moet de overheid zelf ook leningen aangaan. Als de rente over die lening hard stijgt, moet het ministerie het verschil zelf bijleggen. Dat kan al snel oplopen tot tientallen miljoenen euro's per jaar.
Daarbij komt dat het voor de hand ligt dat studenten bij een renteplafond veel meer zullen lenen dan ze nodig hebben. Voor het geld dat ze daarmee vrijspelen, krijgen ze op de bank of elders een veel hogere spaarrente.
Dit risico kan het ministerie verkleinen door het renteplafond alleen voor de huidige generatie studenten in te voeren. Alleen is dat volgens het ministerie van Onderwijs moeilijk uitvoerbaar omdat uitkeringsinstantie DUO dan onderscheid moet gaan maken tussen verschillende generaties studenten.
Hoeveel (oud-)studenten betalen studierente?
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er op dit moment ruim een miljoen oud-studenten met een studieschuld. Ook zijn er 400.000 mensen die nu studeren en een studieschuld hebben.
Het totale bedrag aan studieschuld is op dit moment zo'n 28 miljard euro. 145.000 mensen hebben een studieschuld van meer dan 50.000 euro.
Ondanks de eerdere waarschuwingen, zetten de huidige coalitiepartijen het plan voor een renteplafond toch in hun akkoord. Studentenorganisaties willen de coalitie aan die belofte houden. Zij roepen studenten op een petitie te ondertekenen.
Vooral de boosheid bij oud-studenten die onder het leenstelsel studeerden is groot. Toenmalig minister Bussemaker zei bij de invoering van dat leenstelsel dat studenten geen leenangst moesten hebben. Nu blijken de gevolgen van die hoge lening voor hen groter dan gedacht.
De rente op studieleningen is wel altijd een stuk lager dan op andere (commerciële) leningen. Ook zijn de terugbetalingsregels soepel: wie geen of nauwelijks inkomen heeft, hoeft niet terug te betalen. Ook kunnen studenten het terugbetalen tijdelijk pauzeren.