Een van China's grootste en meest vertrouwde vastgoedontwikkelaars, Vanke, staat op het punt zijn obligatiebetalingen te missen. Het bedrijf moet morgen 241 miljoen euro uitbetalen aan investeerders, maar beschikt naar verwachting niet over het benodigde kapitaal. Dit nieuws schokt de markt, aangezien Vanke lange tijd werd beschouwd als een van de veiligste spelers in China's vastgoedsector.
Vertrouwen volledig weggevallen
Vanke genoot jarenlang een uitstekende reputatie als best beheerde vastgoedontwikkelaar van China. Door nauwe banden met de overheid golden investeringen in het bedrijf als relatief veilig. Dat beeld krijgt nu een forse deuk, nu ook deze vastgoedreus ten prooi valt aan de aanhoudende crisis die eerder al Evergrande en Country Garden deed struikelen.
De problemen broeien al geruime tijd. In 2021, een piekjaar voor Vanke, gaf het bedrijf meerdere grote series binnenlandse obligaties uit met looptijden van drie tot vijf jaar. Veel van deze leningen komen nu tot aflossing, terwijl de vastgoedcrisis het land nog steeds in zijn greep houdt.
Onderhandelingen falen
Vanke vroeg obligatiehouders in drie rondes om betalingsuitstel voor honderden miljoenen euro's. Het eerste voorstel - simpelweg een jaar uitstel zonder extra garanties - werd unaniem afgewezen. Ook twee latere voorstellen met meer toezeggingen haalden onvoldoende stemmen. Het vertrouwen in het bedrijf blijkt definitief weg.
Persbureau Reuters meldt dat Vanke vijf dagen extra tijd heeft gekregen, maar de problemen stapelen zich op. Over twee weken moet opnieuw een obligatie worden afgelost, dit keer ter waarde van 447 miljoen euro.
Bredere vastgoedcrisis
De problemen bij Vanke illustreren de diepte van China's vastgoedcrisis. Chinese ontwikkelaars bouwden jarenlang schulden op, vertrouwend op stijgende huizenprijzen. In 2020 voerde de Chinese overheid strengere kredieteisen in, waardoor ontwikkelaars geen toegang meer kregen tot nieuw kapitaal.
Volgens Goldman Sachs daalden Chinese huizenprijzen tussen 2020 en 2024 met 20 procent. Veel Chinezen gebruikten vastgoed als pensioenbelegging en verloren daardoor een groot deel van hun spaargeld.
Overheidssteun faalt
Wat de situatie extra zorgwekkend maakt, is dat zelfs overheidssteun onvoldoende blijkt. Vanke's grootste aandeelhouder is Shenzhen Metro, een staatsbedrijf, en de Chinese overheid riep banken eerder op financiële steun te verlenen. Deze maatregelen hebben echter gefaald.
De crisis raakt nu vooral Chinese investeerders, in tegenstelling tot eerdere wanbetalingen die voornamelijk buitenlandse partijen troffen. Dit roept de fundamentele vraag op: als zelfs staatsgerelateerde bedrijven niet meer veilig zijn, waar kunnen Chinese burgers dan nog wel investeren?
